rf-Interview 22-11-2023 |
![]() |
|
| Het laatste nieuws: | ||
door: Eva MichielsEva spreekt met Rotterdamse kunstenaars en een van hun verzamelaars over hun onderlinge relatie. Hoe komen ze met elkaar in contact en wat kunnen ze voor elkaar betekenen? Foto’s Eva Michiels, tenzij anders vermeld. |
![]() Kunstenaars elders / Artists elsewhere (lees verder) |
|
Kunstenaar - kunst - verzamelaar |
||
![]() "Cropped Colorscheme" - 2012 Gerco de Ruijter, Cropped Colorscheme, 2012, archivalprint op aluminium, 40 x 60 cm |
Andere interviews:
|
|
| Kunstenaar: |
Gerco de Ruijter |
![]() |
Fotograaf Gerco de Ruijter (Vianen, 1961) heeft altijd een atelier in Rotterdam gehad, sinds een aantal jaar in een oud koffiepakhuis aan de Marconistraat, maar zijn werkelijke werkterrein was vooral buiten. Decennialang trok hij eropuit met camera en vlieger om landschappen van bovenaf vast te leggen, variërend van de geordende polderlandschappen in Nederland tot aan landschappen in Amerika, IJsland, Indonesië en Dubai. Nooit ging hij zelf de lucht in, alleen de camera. Zijn foto’s zijn een intrigerend samenspel tussen herkenning en vervreemding. De hoge mate van abstractie zorgt ervoor dat je soms nauwelijks beseft dat het om landschappen gaat. Voor zijn recentere series maakte hij verkenningstochten in Google Earth en was hij meer aan de computer gebonden. |
| Hoe ben je kunstenaar geworden? |
Ik fotografeerde veel en wilde daarin verder. Na mijn eindexamen ben ik naar de School voor Fotografie in Den Haag gegaan. Dat was een technische opleiding. Ik leerde allerlei fotografische technieken. Het ging helemaal niet om het beeld, maar puur om de techniek. Dat was bloedsaai dus na twee jaar ben ik ermee opgehouden. Na een poosje helemaal uit die fotografie te zijn geweest, ging ik in 1988 naar de Willem de Kooning Academie in Rotterdam met de insteek om te leren tekenen en schilderen. Ik kraakte met een vriend een boerderij tussen Delft en Rotterdam en daar woonden wij. Ik wilde een abstractie maken van het landschap dat constant om mij heen was. Op een gegeven moment ging ik ook vliegeren in het weiland. Toen kwam ik in de vliegerwinkel een boekje tegen over fotograferende vliegers. Wat ik daarin zag vond ik te gek, want dat waren al een soort abstracties van landschap. Dus toen was het zaadje geplant en ben ik ook met vliegers gaan fotograferen. Op basis van mijn foto’s probeerde ik de structuren van water en land te schilderen. Totdat een gastdocent op de academie zei: “Volgens mij moet je ophouden met schilderen en gewoon de foto's laten zien. Waarom zou je het nog gaan verkunstelen?” Het voordeel was dat ik die technische achtergrond al had en ik een donker kamertje in de boerderij had gebouwd waar ik zelf afdrukken kon maken. De fotoprints waarmee ik afstudeerde waren 12 bij 12 centimeter. Tot mijn verbazing won ik de afstudeerprijs van de academie. Sindsdien ben ik, zeker toen ik die prijs won, als een gek gaan fotograferen. |
| Hoe werkt dat, fotograferen met een vlieger? |
Ik laat eerst de vlieger op. Als de vlieger in de lucht is, hang ik de camera aan de lijn en vier ik ‘m verder uit en dan, als er genoeg wind is tenminste, gaat de camera vanzelf omhoog en dan blijft ie op een bepaalde hoogte. Vaak heb ik met intervallen gewerkt, dus een timertje dat om de minuut gaat, zodat ik mij kon focussen op het vliegeren. Ik had een analoge camera met een veerwerk dat zo ontzettend veel lawaai maakte dat ik ‘m op 70 meter afstand kon horen. Dan wist ik precies welk moment ik had vastgelegd. De laatste tijd heb ik een digitale camera gebruikt, ook met een interval. Met een digitale camera kun je eindeloos veel foto's maken, wat als nadeel heeft dat je minder gefocust bent. Dat merk ik wel. Eerst gebruikte ik een midden-formaat camera en dan kon ik zestien opnamen maken als die in de lucht was. Dan word je heel bewust van het moment. Je denkt na over de juiste plek: hangt de camera goed of moet ik nog tien meter die kant op? Dat vliegeren is een heel langzaam proces. Je moet eerst een lijn uitrollen en om je heen kijken. Soms komt iemand naast je staan en vragen wat je aan het doen bent en ontstaat er een gesprek. Dan heb je de camera in de lucht en dan ben je alweer een uur verder. Dat proces is ook onderdeel van het kijken om je heen en in zo'n landschap opgaan. In Amerika heb ik ook een soort hybride ballon in vliegervorm gebruikt. Ik was aan het reizen in de White Sands woestijn in New Mexico en daar waait het weinig. Daar raakte ik heel gefrustreerd van. Dus toen had ik zo'n ballon gekocht. Het nadeel is dan dat je van die grote heliumcilinders nodig hebt. Om kleinere gebieden in beeld te brengen gebruik ik ook hengels. Dan kan ik nauwkeuriger bepalen wat er in beeld komt en het is ook minder beweeglijk. Ik heb daar meer controle over. Het hangt dus echt van het onderwerp af wat ik gebruik. Maar ik heb al een tijd niet meer gevliegerd. In 2021 zijn al mijn spullen gestolen. |
| Waarom spreekt jou deze manier van werk maken al zo lang aan? |
| In eerste instantie was het alleen maar toeval en kijken of er iets in beeld kwam en wat dan, dus kijken hoe het werkt. Er ging natuurlijk in het begin ook veel mis, met camera’s die in de sloot belandden. Maar als het lukte dan zaten er dingen bij waarvan ik dacht: wow, dat is wel iets. Dat verraste mezelf enorm. Dus daar heb ik me in ontwikkeld door telkens een stapje verder te gaan. Het was een goede keuze dat ik niet per se in een atelier hoefde te zijn, maar dat ik gewoon met mijn vlieger op stap kon. Buiten op verkenning gaan en daar ook de tijd voor nemen en je aandacht kunnen ontwikkelen op een bepaalde plek, dat past bij me. In het begin had ik een bakbrommertje en dan ging ik met mijn vlieger hier de polders door. Op een gegeven moment haalde ik mijn rijbewijs dus werd mijn actieradius groter. |
|
Gerco met zijn vlieger (foto: Vladas Naudzius, uit de film 010 Foto Rotterdam, 2010) |
| Wat typeert jouw kunst? Hoe zou je jouw oeuvre omschrijven? |
| Landschappen hebben mij altijd gefascineerd. Het landschap is mijn onderwerp en ik bekijk het al heel lang vanuit die ene hoek, van bovenaf. Die beperking heeft me juist veel mogelijkheden opgeleverd, of tenminste, juist door die beperking van de blik heb ik daar een gevoeligheid voor ontwikkeld. Ik kan als fotograaf in mijn auto zitten en rondrijden op zoek naar landschappen, maar ik ben altijd een soort van vertaling aan het maken van: je kijkt nu naar een landschap met die horizon, maar hoe ziet dat er dan van bovenaf uit? Daar ben ik continu mee bezig. Het is denk ik de verwondering over wat gebeurt er als ik het vertrouwde landschap van bovenaf zie. Als ik achteraf een selectie moet maken zijn de beelden die ik eruit haal die waarnaar je kunt kijken en zien wat het is en de schaal herkennen, maar je kunt dat ook loslaten en er op een andere manier naar kijken: gewoon alleen maar naar vorm en naar een heel abstracte wereld. Het gaat in mijn werk om die wisselwerking. Het is er allebei en je kunt daarin schakelen. Dat is eigenlijk wat ik zoek. Toen ik nog met contactvellen werkte, had ik een vierkant kader en dat legde ik dan over de foto’s en dan was het een kwestie van schuiven en zoeken tot er een beeld ontstaat dat ook esthetisch klopt. |
| Ga je met een bepaald idee naar een plek toe? |
In het begin ging het me om een gebeurtenis als onderwerp, zoals een boer die aan het maaien was, iemand die op een paard rondrijdt of iemand die met honden een schapenkudde drijft. Langzamerhand ben ik meer gaan kijken naar structuren en naar indelingen van landschappen en naar hoe wij in Nederland alles benutten. Elke vierkante meter heeft z'n functie. Alles ligt naast elkaar en dat maakt het een interessant patchwork. Vooral op die grensgebieden als glastuinbouw naast een weiland waar koeien staan, die contrasten daar ben ik gevoelig voor. Mensen zijn eigenlijk verdwenen uit mijn werk. Die doen afbreuk aan de abstractie. Ik ben me later meer gaan richten op bepaalde onderwerpen. Ik heb bijvoorbeeld de serie Baumschule over boomkwekerijen bij Kesteren, Opheusden en Boskoop gemaakt. Ik concentreerde me op die lineaire kwekerijen waar ze alles op afgemeten afstanden van elkaar planten. Dus het functionele landschap werd een onderwerp, hoe een kweker dat inricht. En daar probeer ik dan ook alle weerstypen vast te leggen, maar ook te variëren in afstanden van een camera, om die serie zo breed mogelijk te maken, om een waaier te geven van wat het allemaal kan zijn. Op een gegeven moment ben ik ook de stekken van een kweker gaan fotograferen. Grote coniferen worden uit elkaar getrokken en in kleine potjes gezet. Elke conifeer heeft net een andere kleur. Als je dat veld van bovenaf ziet, dan krijg je heel kleine kleurverschillen in die eindeloze reeks coniferen. Almost Nature heet die serie. |
| Wat zijn jouw drijfveren om kunst te maken en wat zou je met jouw werk willen bereiken? |
Dit zijn de gewetensvragen. Ik maak werk om te laten zien, maar in eerste instantie omdat ik mezelf wil verrassen of uitdagen. Er zijn mensen in mijn omgeving die dat stimuleren of waarderen. Ik streef niet een hoger doel na. Voor mij heeft het wel een politieke lading, dat het ook over environment gaat, over onze omgeving en over wat we daarmee doen – dat zit bijvoorbeeld in Footprint en in de film CROPS. Misschien is het toch vooral die verwondering die ik heb voor het landschap aan andere mensen overbrengen. Zo heb ik ook leren kijken, door andere mensen die mij op iets wijzen of mij iets laten zien. Het zou best kunnen zijn dat ik dat op mijn manier ook doe. |
| Hoe heb je kunstverzamelaar Hans Vingerling leren kennen en wat betekent hij voor jou? |
Hans werkt bij het Erasmus MC en zij hadden een fotowedstrijd georganiseerd. Toen vroeg hij of ik in de jury wilde zitten. Dat vond ik wel leuk. Als je wordt gevraagd voor een jury dan denkt iemand blijkbaar dat je er verstand van hebt of in ieder geval dat je daarin iets betekent. Dus dat heb ik gedaan. Zo zijn we in contact gekomen. Hans vertelde dat hij ook met vliegers was bezig geweest en dat hij ooit had geprobeerd om een foto van zichzelf te maken in een weiland. Omdat we vlakbij elkaar woonden in Overschie kwamen we elkaar af en toe tegen. In het ziekenhuis hebben ze ook een aantal werken van mij in de collecte. Uiteindelijk heeft Hans enkele werken bij de galerie Cokkie Snoei gekocht. Hij is misschien niet een kunstverzamelaar uit het boekje, maar het is een heel interessante man en vooral ook omdat hij in het vakgebied zit van het kijken en het oog. Dat is toch iets waarover ik mij als fotograaf ook steeds maar weer blijf verbazen, hoe dat menselijke oog werkt. Als je het vergelijkt met een camera is ons oog zo flexibel, althans, dat was het, want het wordt wel steeds minder flexibel naarmate je ouder wordt. Je kunt zo gemakkelijk schakelen, alsof je een telelens in je oog hebt. Dat zijn dingen die ik in relatie tot een camera ook altijd aan het uitvissen ben geweest, zeker omdat ik dat oog moet projecteren ergens in de lucht en wat ziet dat dan. Dus wat dat betreft vind ik zijn vakgebied gewoon heel interessant. |