Zoek op deze site:
     

rf-Interview 21-12-2022

  ramfoundation
    Het laatste nieuws:

door: Eva Michiels

Eva spreekt met Rotterdamse kunstenaars en een van hun verzamelaars over hun onderlinge relatie. Hoe komen ze met elkaar in contact en wat kunnen ze voor elkaar betekenen?

Foto’s Eva Michiels, tenzij anders vermeld.


LinkedIn
Instagram
  laatste nieuws
Kunstenaars elders / Artists elsewhere (lees verder)

Kunstenaar - kunst - verzamelaar

 
asenseofwonder
"A Sense of Wonder" - 2020

video-installatie in Buitenplaats Doornburgh. Foto: Marjan Laaper.

 

Andere interviews:
Eva Michiels

 

 

 

 

 

anbi

     
 
Kunstenaar:
 

Marjan Laaper

 
marjanlaaperatelier
 

Marjan Laaper in haar atelier aan de Borgerstraat in Rotterdam. Foto: Eva Michiels.

 

Kunstenares Marjan Laaper (1971, Rotterdam) is opgeleid aan de Academie Beeldende Kunst in Rotterdam en de Rijksacademie in Amsterdam. Ze verblijft regelmatig in het buitenland: ze ging tijdens haar academietijd op uitwisseling naar Baltimore en deed internationale kunstenaarsresidenties in Amerika, Japan, China en IJsland. Nu woont en werkt ze in Rotterdam, de stad waar ze opgroeide en het grootste deel van haar leven doorbracht. Haar atelier bevindt zich aan de Borgerstraat in een ateliergebouw gedeeld met allerlei kunstenaars, van schilders tot grafici en van textielkunstenaars tot keramici. Zelf richt Marjan zich op grootschalige videoprojecties, installaties en kunst in de openbare ruimte. Vanaf de roltrap in metrostation Vijzelgracht te Amsterdam is haar elektronische werk Ramses Shaffy, Levenslijnen (2016) te zien. Marjan doet daar elke drie maanden zelf het onderhoud.

 
Hoe ben je kunstenaar geworden?

Van 1989-1994 heb ik gestudeerd aan de Academie van Beeldende Kunsten, de huidige Willem de Kooning academie, op de afdeling Autonome Beeldende Kunst/Beeldhouwen. Na de academie vertrok ik naar een prachtig atelier bij het kunstenaarscollectief Duende. Samen met circa veertig beeldend kunstenaars werkte ik in een voormalige technische school. Dat was fantastisch. Maar het was wel een hele overgang vanuit de kunstacademie waar alles geregeld was, met werkplaatsen, studiefinanciering en contacten. Ik vond het heel pittig dat na mijn afstuderen ineens alles op mijn schouders kwam. Daarom besloot ik een vervolgopleiding op de Rijksacademie in Amsterdam te doen. Dat was ook fantastisch. Ik had mijn eigen atelier, ik mocht autonoom werk maken, ik had internationale begeleiders en contact met Nederlandse en internationale kunstenaars, dus ik had een heel breed netwerk. Ook ontving ik een studiebeurs. Daarmee kon ik tijd kopen om in het kunstenaarschap te groeien, want naast creatief zijn is ook een netwerk, kennis van de financiële kant en het systeem van belang: hoe kom je rond en hoe krijg je je werk aan de man? Dat is denk ik ook de basis geweest voor mijn vele residenties en buitenlandse verblijven, omdat je dan in een context zit waarin je mensen leert kennen en het financieel allemaal wat veiliger is. Na de Rijksacademie ben ik teruggegaan naar Duende, waar ik bijna twintig jaar een atelier had. Dat was ook een goede leerschool, omdat ik collega’s ontmoette, ervaringen uitwisselde en er waren internationale gastateliers. Zo ben ik geleidelijk in het kunstenaarschap gegroeid.

Wat typeert jouw kunst? Hoe zou je jouw oeuvre omschrijven? Waarom werk je graag met video als medium?

Ik maak voornamelijk grootschalige videoprojecties, installaties en kunst in de openbare ruimte. Mijn autonome werk is niet gebonden aan een bepaalde context en ontwikkel ik onafhankelijk, terwijl kunst in de openbare ruimte vaak in opdracht is. Daarvan staat de locatie, het budget en soms ook de thematiek vast. Maar die hoofdtakken in mijn werk lopen steeds meer in elkaar over. Bijvoorbeeld van de autonome serie Longing for Paradise, bestaande uit vijf dierenprojecties, zijn sommige werken nu ook in de openbare ruimte waar ze toch met architectuur of een bepaalde locatie versmelten. De natuur, menselijk gedrag en de beleving van de alledaagse werkelijkheid zijn terugkerende inspiratiebronnen. De levenscycli van mens en natuur spelen een belangrijke rol in mijn videowerk en installaties. Ik werk graag met video omdat ik het een mooi medium vind, maar ook vanuit praktisch oogpunt. Voorheen werkte ik met grote installaties die ik na tijdelijke tentoonstellingen moest afbreken en waarvoor ik veel opslagruimte nodig had. Toen Duende werd opgeheven, moest ik veel installaties wegdoen. Ik vond dat verschrikkelijk en confronterend: zo is het kunst en zo is het afval. Dat ging mij op een gegeven moment tegenstaan. Nu werk ik met digitale bestanden die ik groot kan tonen én gemakkelijk kan opbergen. Mijn keuze voor het videomedium is dus een combinatie van praktische en esthetische overwegingen. Ik vind het medium mooi, omdat het aan de ene kant het realisme heeft dat lijkt aan te sluiten op de alledaagse werkelijkheid, maar door manipulatie kan je het heel erg naar je hand zetten. Ik zie mijn videowerk ook als een soort beeldhouwkunst in de manier waarop ik het presenteer als installaties geïntegreerd in de ruimte. Voorheen maakte ik alles analoog, maar nu maak ik alles digitaal. Dat zie je aan mijn atelier: het meeste gebeurt in de computer.

Wat zijn jouw drijfveren om kunst te maken en wat zou je graag willen bereiken?

Samen met mijn kunst maak ik een ontwikkeling door en dat vind ik het mooie van mijn vak: dat het in iedere levensfase met mij meegroeit. De fascinaties, frustraties, behoeftes, troost en inspiratiebronnen van bepaalde momenten in mijn leven kan ik met mijn werk verder uitdiepen, onderzoeken en verwerken. Deze persoonlijke zoektocht probeer ik in mijn werk een universeel karakter te geven, zodat dat ook voor anderen herkenbaar is. Het maken van werk is een zoektocht die blijft veranderen. Ik zou met mijn werk willen groeien naar meer aansluiting met de maatschappij, zonder mijn autonomie te verliezen. Ook hoop ik dat internationale samenwerking en opdrachten in het buitenland op mijn pad blijven komen. Het werken in het buitenland activeert mij om dingen vanuit verschillende standpunten te zien en mijzelf en mijn positie te blijven bevragen. Het is een ontdekkingstocht die ik gezamenlijk met mijn werk doorloop, een zoektocht naar inhoud, betekenis en zingeving, waarin mijn leven en mijn werk elkaar ondersteunen en versterken.

ramsesshaffyvijzelgracht

Ramses Shaffy, Levenslijnen in Metrostation Vijzelgracht, 2016, 24 x 13 meter, LED-verlichting. Foto: Marjan Laaper.

Je hebt in Amerika, Japan, China en IJsland kunstenaarsresidenties gedaan. Wat hebben die perioden in het buitenland jou gebracht?

Mijn allereerste internationale residentie was in Baltimore in 1993 tijdens mijn academieperiode. Het leuke aan residenties is dat je geen buitenstaander of toerist bent, maar dat je tijdelijk wordt opgenomen in een bestaande community en onderdeel wordt van het leven daar. Baltimore heeft de basis gelegd voor mijn andere reizen. Het zit niet in mijn aard om dat soort dingen te doen. Ik merk dat ik graag in mijn vertrouwde omgeving blijf en mijzelf moet uitdagen erop uit te gaan. Als ik in het buitenland ben dan voelt het alsof ik helemaal aansta, alles tien keer zo intens beleef en dingen anders zie. Je staat daar veel meer open voor alles. Het haalt je uit je comfortzone. Tijdens mijn residentie in de stad Sapporo (Japan, 2001) nam ik mijn camera en statief mee op de fiets en alles was interessant om te filmen. Het is ook ideaal tijdens zo’n residentie dat een tentoonstelling, catalogus en interviews worden geregeld. In 1997 had ik een residentie in Skowhegan in de Amerikaanse staat Maine. Daar had ik een eigen atelier midden in de bossen, waar ik teruggeworpen was op mijzelf en de natuur. In China deed ik in 2013 een residentie bij de Chinese European Art Center (CEAC) in de stad Xiamen. Ik was daar met het videowerk The Gift bezig en ik wilde daar graag iets mee doen op een groot LED-scherm, die je daar veel in de openbare ruimte ziet. Via een residentie kunnen zulke dingen geregeld worden, want zij onderhouden contact met bedrijven en tentoonstellingslocaties. CEAC heeft ervoor gezorgd dat ik twee jaar later les kon geven in Hangzhou en ze hebben mij voorgedragen voor een tentoonstelling in Datong. Zelf zou ik dat nooit allemaal voor elkaar krijgen. Dus residenties zijn zowel qua thematiek heel interessant voor mijn werk als qua contacten die deuren openen. In 2014 verbleef ik in IJsland in het kleine plaatsje Djúpivogur, te midden van het ruige landschap. Ineke Gudmunddson die mij uitgenodigd had woont in IJsland, en is overigens de oprichter van de CEAC. Als je eenmaal zulke contacten hebt, ontstaat een netwerk waardoor je op zulke verschillende plekken terechtkomt. De verschillende residentie-ervaringen zijn belangrijk voor mijn werk en om mezelf verder te ontwikkelen. In mijn werk ben ik veel met natuur en dieren bezig, ik denk als tegenhanger van mijn leven in de stad en vanwege mijn verlangen naar schoonheid.

Je hebt veel kunstopdrachten in de openbare ruimte op jouw naam staan. Aan welk werk heb je een speciale herinnering?

Voor de verkoop van mijn autonome kunst werkte ik samen met de Amsterdamse Galerie Van Wijngaarden/Hakkens en de Rotterdamse MK galerie. Zij toonden het en gingen ermee naar beurzen in het buitenland. Mijn eerste tentoonstelling was in 1993 bij de MK galerie, toen ik nog op de academie zat. Achttien jaar werkte ik samen met de MK galerie, totdat de galeriehouders, Emmo Grofsmid en Karmin Kartowikromo, in 2011 door een noodlottig auto-ongeluk om het leven kwamen. Dat voelde als een kantelpunt in mijn leven: ik dacht het is afgelopen, nu zij er niet meer zijn. De Amsterdamse galerie was al gestopt. Na een paar maanden tipte iemand mij de kunstwedstrijd Ramses Shaffy Art Project, waarvan de winnaar zijn ontwerp mocht uitvoeren in metrostation Vijzelgracht te Amsterdam. Ik won de prijs en mocht mijn idee uitwerken: een portret van Ramses Shaffy bestaande uit levenslijnen. Dat project is voor mij echt een houvast geweest, omdat ik iets had om voor te gaan en weer geld mee kon verdienen. Bij het project kreeg ik fantastische begeleiding en veel persaandacht. Kunst in de openbare ruimte is een vak apart. Het mooie is dat het werk dat je maakt veelal voor langere tijd op een plek aanwezig blijft, waardoor het een verbinding met de locatie en de mensen daar krijgt.

Hoe heb je kunstverzamelaar Maya Meijer-Bergmans leren kennen en wat betekent zij voor jou?

Toen ik in mijn atelier bezig was met werk voor mijn solotentoonstelling Longing for Paradise (2021) in galerie NL=US, hoorde ik een radio-interview met Maya. Zij vertelde gepassioneerd over de historische panden die zij met haar man aankoopt en ontwikkelt. Ze maakt daar openbare plekken van voor onder andere congressen en tentoonstellingen. In het interview vertelde Maya dat ze bezig was met een klooster in Maarssen. Ze vertelde over de architectuur, de donkere ruimten daarbinnen, de sereniteit en de verstilling van dat gebouw en ik dacht: wauw, mijn werk is gemaakt voor die locatie! Ik wilde haar graag ontmoeten, dus heb ik haar uitgenodigd voor de tentoonstelling in NL=US. Ze kwam langs en was heel enthousiast. Daarna ben ik ook naar het voormalige klooster gegaan. Maya heeft toen het videowerk A Sense of Wonder aangekocht. Ze is ook bezig met de herontwikkeling van Paleis Soestdijk. Heel toevallig wilde curator Marie Jeanne de Rooij, die afgelopen zomer een tentoonstelling in de tuin van Paleis Soestdijk mocht maken, een ander werk uit de serie Longing for Paradise, namelijk Encounter, in de tentoonstelling Voorlopers opnemen. Dus zo kwam mijn werk opnieuw bij Maya terecht en kwamen we weer op elkaars pad. Het is fijn en essentieel om mij gesteund te voelen door iemand die geïnteresseerd is in mijn werk, achter mij staat en mij ondersteunt door het te kopen en te tonen.

Zijn er meer kunstverzamelaars die jouw werk in hun collectie hebben?

Mijn werk zit in de collectie van Isabelle en Jean-Conrad Lemaître in Parijs. Zij verzamelen alleen videokunst, wat ze privé in huis hebben, maar ook op veel plekken in de wereld tonen. Mijn werk hebben ze in Australië, Argentinië en Nieuw Zeeland laten zien, dus dat is geweldig. Verder is er werk bij privéverzamelaars in Duitsland, Canada, Italië, maar daar heb ik weinig contact mee. Mijn werk is ook opgenomen in openbare collecties en bedrijfscollecties, zoals de Rijkscollectie Percentagekunst en die van het AMC, de gemeente Amsterdam en de gemeente Heerhugowaard. De Hogeschool Rotterdam toont mijn videoprojectie Cocon permanent in de openbare ruimte. Vroeger ging de verkoop van mijn werk uitsluitend via galeries. Nu heb ik meer persoonlijk contact met verzamelaars. Ik word vertegenwoordigd door galeriehoudster Clemente Brakel van galerie NL=US in Rotterdam.